Over reanimatie
Onderzoek toont aan dat bij een hartstilstand ongeveer de helft van alle slachtoffers een niet-schokbaar hartritme heeft. In zo'n geval vertelt de AED de hulpverlener "SCHOK NIET AANGERADEN, START DE REANIMATIE". Als dit gebeurt is reanimatie de enige hoop voor het slachtoffer. Als u doorgaat met het leveren van hoogwaardige reanimatie, kunt u het hartritme omzetten in een ritme dat schokbaar is. De AED geeft dan aan dat de hulpverlener de schokknop moet indrukken zodat het slachtoffer gered kan worden. Een belangrijke vraag is: adviseert uw AED u over het leveren van hoogwaardige reanimatie? Geeft het de beste hulp bij reanimatie? De ZOLL® AED Plus® is de enige defibrillator op de markt die de mate van ondersteuning biedt die nodig is voor het leveren van effectieve reanimatie.
ZOLL is van mening dat een goed functionerende AED een schok dient te leveren waar nodig en de hulpverlener dient te helpen bij het leveren van hoogwaardige reanimatie. Als een AED niet kan zien hoe de reanimatie geleverd wordt, kan de hulpverlener niet volledig ondersteund worden. Inde meeste gevallen moet er teruggegrepen worden naar training die wellicht een aantal jaren geleden werd ondergaan.
Wanneer is hoogwaardige reanimatie met name nodig? Vlak nadat een schok is toegediend. Reanimatie zorgt ervoor dat er zuurstofrijk bloed naar het hart en de hersenen wordt gepompt. Een hart dat net een schok heeft gekregen maar geen zuurstofrijk bloed via reanimatie ontvangt, zal minder snel normaal gaan werken.
De richtlijnen van de Europese Reanimatieraad (ERC) tonen dat de kans op overleving voor een slachtoffer met 10 procent per minuut afneemt als er geen reanimatie wordt toegepast. Na 10 minuten zonder reanimatie zijn de kansen op overleving minimaal. Bij hoogwaardige reanimatie (100 compressies per minuut op een diepte van vijf à zes cm) neemt de kans op overleving echter slechts met 4 procent per minuut af. Na de toepassing van tien minuten hoogwaardige reanimatie is de kans op overleving voor het slachtoffer nog steeds 60 procent.
Wat gebeurt er bij een plotselinge hartstilstand?
Slachtoffers van een plotselinge hartstilstand zakken in elkaar, reageren niet meer, verliezen het bewustzijn, stoppen met ademen en hebben geen polsslag. Ongeveer 50 procent van de slachtoffers heeft een verstoord hartritme, ook wel ventriculaire fibrillatie (VF) genoemd. VF kan iedereen overkomen – zelfs iemand die helemaal gezond lijkt te zijn. In deze gevallen heeft het slachtoffer hoogwaardige reanimatie nodig en, indien beschikbaar, defibrillatie van een AED. Bij het leveren van reanimatie en een defibrillatieschok is tijd cruciaal. Onderzoek heeft aangetoond dat bij iedere minuut die voorbij gaat, de overlevingskans van het slachtoffer met 10 procent afneemt. De andere 50 procent van de slachtoffers heeft doorgaans een hartritme dat bekend staat als asystolie of polsloze elektrische activiteit (PEA), waarbij er geen waarneembare activiteit van het hart is. In deze situaties is hoogwaardige reanimatie de enige behandeling. De beproefde Real CPR Help®-technologie is de belangrijkste functie die in onze producten is ingebouwd. Er is klinisch aangetoond dat de overlevingskansen van slachtoffers van een hartstilstand hiermee meer dan verdubbeld worden.
De wetenschap op het gebied van reanimatie blijft zich ontwikkelen en de klinische richtlijnen worden regelmatig bijgewerkt om deze ontwikkelingen weer te geven en aanbieders van gezondheidszorg te adviseren over de beste behandelingen. Behalve de noodzaak om deze richtlijnen te vereenvoudigen - om te assisteren bij het verwerven en instandhouden van vaardigheden - ligt de nadruk van de Richtlijnen uit 2010 op het gebied van reanimatie hoofdzakelijk op het leveren van consistent hoogwaardige borstcompressies met minimale pauzes.
De Richtlijnen uit 2010 inzake reanimatie kaarten verschillende punten in het reanimatieproces aan
1. Meer nadruk op hoogwaardige, nauwgezette borstcompressies met minimale onderbrekingen.
2. Borstcompressies dienen op een diepte van vijf à zes cm uitgevoerd te worden en in een tempo van 100 à 120 compressies per minuut.
3. Stop niet om het slachtoffer te controleren en houdt niet op met het toepassen van reanimatie tenzij het slachtoffer tekenen van bewustzijn begint te vertonen.
4. Reanimatieapparaten met berichten of feedback verbeteren de verwerving en instandhouding van reanimatievaardigheden en dienen overwogen te worden bij de reanimatietraining van leken en professionals in de gezondheidszorg